de ongein

SCHRIJVEN VOOR STOEPTEGELS

Nee, geen zielig verhaal over de vrije val van tarieven in de creatieve sector, maar een ode aan de good old barterdeal. Niet lang geleden schreef ik de website voor een groot tuincentrum. Het toeval wilde dat ik net met een braakliggende binnenplaats in mijn maag zat. De portemonnees bleven gesloten en groot was het geluk toen de boys een supercoole patio kwamen aanleggen.

Zo ruilde ik al eens teksten voor een website, teksten voor een paar knettergave lampen, teksten voor een handgemaakt bureau, teksten voor een autoreparatie, teksten voor een werkplek en natuurlijk teksten voor drank. In alle gevallen was het geluk groot, groter dan bij de dikste factuur, ook al had ik met dat geld alles zelf kunnen kopen.

Maar dat doe je niet. Het geld komt op de grote / kleine hoop en raakt niet echt. Barterdeals zijn lekker omdat de beloning tastbaar is. Op dit moment heb ik trouwens een aantal zaken nodig: grondige tuinrenovatie, coachingtraject voor nieuwe projecten, een groot stuk natuurgebied waar ik trainingen kan geven, kattenvoer voor nog zeker 7 jaar en het een en ander aan vormgeving.

Ik zou zeggen: buitenkans voor je matties in deze markten… spread the word. Maar vooral; onderschat niet het geluk van die goeie ouwe ruilhandel. Work for a chicken, feast like a king.

CREATIEF EN BANG: EEN DODELIJKE COMBI

De kans dat je als creatief na tien jaar in het vak snoeihard wordt ingehaald door de nieuwe generatie is levensgroot. Dat wordt vaak met externe excuses vergoelijkt; de jonkies zijn zo gretig, de jonkies hebben meer verstand van nieuwe media. Is ook zo, is ook zo, maar het is ook zo dat de meeste creatieven na een jaar of tien simpelweg FUCKING SAAI EN VOORSPELBAAR zijn geworden.

Dat zit zo: opdrachtgevers, een enkele verlichte daargelaten, zijn vaak wat bangig. Ze huren een tekstschrijver, vormgever, fotograaf etc. om hun winkel eens goed in het zonnetje te zetten. De ingehuurde creatief komt met een superorigineel concept of vlijmscherpe tekst. De eerste reactie van de opdrachtgever is positief, maar dan begint het te knagen. Is het niet te gewaagd, schrikt het niet af? Een conservatieve collega kijkt er drie tellen naar en vindt het niks. Zie je wel…

De uitvoerend creatief weet dat de angst onterecht is, maar laat zich toch terug sturen naar de tekentafel. Morrend schuift hij naar het veilige midden, de dertien-in-een-dozijn stijl waarvan niemand schrikt en waar niets opvalt. De opdrachtgever heeft zijn centen nu stukgeslagen op een slap eindresultaat. In plaats van op te vallen, draait hij braaf mee in de grijze massa. Grote kans dat de conservatieve collega nog steeds loopt te zeiken, want dat is gewoon zijn aard.

Geef een creatieve geest vijf jaar lang dit soort ervaringen en hij gaat van morrend naar murw geslagen. Zonder dat hij het doorheeft, bewandelt hij nu uit zichzelf al de veilige middenweg. Hij is getemd door risicomijdend professioneel pragmatisme, ook wel bekend als ANGST. Het is een besmettelijk virus, een waarvan je het sluimeren niet eens per se voelt. Wie zoekt naar symptomen, checkt zijn of haar bezieling; angst heeft de neiging heilige vuurtjes te doven.

De jonge hond heeft er geen last van. Hij kent de regels niet, alleen zijn eigen dromen en ambities. In hem en haar woedt een krachtige combinatie van jeugdige geldingsdrang en volwassen vaardigheden. God bless en god speed young fuckers, mijn zegen heb je, maar schrijf op jouw beurt mij niet af. Er is namelijk nog een derde categorie: de roekeloze ervaren rot. Over dit zeldzame archetype – en de weg ernaartoe – binnenkort een nieuw epistel.

 

 

FAPPENING VOOR COMMPROFS: HEDDE LEKT Z’N BIG 5

Het is dé vraag aan iedere tekstschrijver: wat is je favoriete letter? De meeste schrijvers verraden nog liever hun moeder aan de beulen van Beëlzebub, maar ik zie het probleem niet zo. Juist door te delen, dwing je het geluk in jouw richting. Ja toch, niet dan, ik las het in de Happinez. Daarom, zonder verder oponthoud:

#5:  de S.

Een gladde aal, niet het soort letter waar je je rug naar keert. Maar hou een S in het gareel en je hebt een alleskunner: de inzet van de S is ongeëvenaard. Van hatsikidee! tot schoenlepel tot kunstaas (2x!), de S zit er in alsof het niks is. Maar haal ‘m er maar eens uit… Ja, dat bedoel ik.

#4: de A

Welke letter vraagt de dokter als je keeltje pijn doet? Sjawel, de A, de oerklank. Dieper in je keel dan de A valt geen fatsoenlijk geluid meer te produceren. Of dacht je dat het alfabet bij toeval met de A begint? Probeer hem maar eens later te plaatsen. K..L..A, echt niet. X..A..Z…. mmm, dat zou nog best kunnen.

#3:  de V

Oh, die arme V, de V van vergeten, verlaten, voorbije voetsoldaat. Daar wappert ‘ie, eeuwig verloren over de rand van je lippen. Wie de V uit, is de V kwijt. Vrije val, ijle lucht, nog net grijpt hij een luisterend oor, en dooft.

#2:  de K

Onder tekstschrijvers geldt het als een teken van gebrekkige verfijning om de K hoog op dit soort lijstjes te hebben. Ik zeg: fok it. Morgen laaf ik mij aan groene weiden en vredige wateren, maar vandaag sta ik tot mijn knieën in de klei, in het slijk, een kerel, keihard, korte metten, de koe bij de hoorns. Een mannelijke tekstschrijver jawel.

#1: de B

Tja, de B, die dikke, vette, boerse, rondborstige, goedgemutste bilpartij van een letter. Vanuit de buik zet ‘ie aan, de lippen hermetisch gesloten voor maximale drukopbouw en dan in één holistisch gecoördineerde, psychomotorische totaalontspanning, recht door het midden, in het dikst van de lippen, ploft ‘ie eruit. BUH. Wat een baas.